Kijken naar kinderen

Kijken naar kinderen - Onderzoek in de praktijk

Nieuwsbrief van Kijken naar kinderen - nummer 2 - mei 2011
2011_5_afb_kijken_naar_kinderen_2_news_detail

Hoe leren kinderen en hoe oefen je daar als leer- kracht invloed op uit? Die vraag is cruciaal voor leerkrachten, ib-ers en onderwijsbegeleiders als zij de kwaliteit van het onderwijs willen verbeteren. Natuurlijk is het belangrijk vakinhoudelijk voldoende onderlegd te zijn, de leerlijnen en de leermethode te kennen en didactisch de juiste methoden te hanteren, maar in de basis draait alles om de vraag hoe kinderen de hen aangeboden stof oppikken en zich eigen maken en hoe je dat als leerkracht kunt be├»nvloeden. 

Bij het beantwoorden van de vraag hoe kinderen leren, houd ik mij altijd voor ogen hoe ik zelf leer.
Als docent, maar in het verleden ook als student en scholier, merkte ik dat ik het meeste leerde door zelf te ontdekken en op het juiste moment geprikkeld te worden om over mijn eigen grenzen heen te kunnen gaan. Hoorcolleges, lessen van docenten die tot in detail voordeden hoe een probleem kon worden opgelost, heel interessant soms, maar per saldo werd ik er niet door uitgedaagd. Ik leerde en leer het meest bij docenten die mij uitnodigden zelf op zoek te gaan en antwoorden te zoeken op schier onoplosbare vraagstukken. 

Mijn visie op leren is gestoeld op die ervaring. Het gaat er om kinderen uit te dagen, goed te kijken naar hun onderwijsbehoeften en ze op de goede momenten uit te nodigen in de zone van hun naaste ontwikkeling om ze daarna zelf de antwoorden te laten vinden. Daar leer je het meeste van. Voorwaarde daarvoor is dat een leerkracht goed kan analyseren en diagnosticeren, zodat hij op het juiste moment de goede impulsen kan geven. Dat is de kern van het project Kijken naar Kinderen: leren kijken naar lerende kinderen en daar het leerkrachtgedrag op aanpassen. 

In de fotoverslagen die ik onder ogen krijg, zijn de verschillen in aanpak goed zichtbaar. Zo ontving ik van twee PABO-studenten een verslag van een les waarin de leerlingen een vouwwerkje van een varkentje moesten maken. In het verslag van de eerste student was te zien dat alle leerlingen exact hetzelfde vouwwerkje hadden gemaakt, terwijl de varkentjes van de leerlingen uit de klas van de tweede student van elkaar verschilden. Uit de begeleidende tekst bleek dat de eerste student stap-voor-stap had voorgedaan hoe de kinderen een varkentje moesten vouwen, terwijl de andere een voorbeeld had neergelegd en de kinderen de opdracht had gegeven het na te vouwen. 

Omdat het erom ging het inzicht in het opereren met vormen te vergroten, is de tweede methode veel krachtiger doordat kinderen de vorm zelf moesten onderzoeken om te ontdekken wat zij moesten doen. Zo ontstaan er weliswaar geen perfecte producten, maar komt er wel een leerproces op gang. Het tweede fotoverslag liet goed zien dat de student de juiste interventies plaatste en dus adequaat leerkrachtgedrag vertoonde. Dat is precies wat wij met het project Kijken naar Kinderen beogen. 

In dit tweede digizine staat beschreven hoe het project wordt ingevuld en geven een schooldirecteur en rekenco├Ârdinator van SBO Sint Maarten uit De Meern aan welke meerwaarde zij zien in het gebruik van de methoden. Ook toont een beschrijving van een fotoverslag hoe het middel kan worden ingezet bij een schoolontwikkelpunt. 

Ik wens u veel leesplezier bij het lezen van dit digizine!

Belinda Terlouw,

Projectleider Kijken naar Kinderen en hogeschooldocent en nascholingsdocent Rekenen- Wiskunde aan de Katholieke Pabo Zwolle. 

bron: Nieuwsbrief Kijken naar kinderen, mei 2011, nummer 2
auteur: Belinda Terlouw
« Terug naar het nieuwsoverzicht

Reageer