Kijken naar kinderen

Kijken naar kinderen - Professionalisering

Nieuwsbrief Kijken naar kinderen - nummer 5 - december 2011
2011_12_afb_kijken_naar_kinderen_5_news_detail

Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in onderzoeken naar de vraag hoe het kwaliteitsniveau van het primair onderwijs kan verbeteren. De conclusie van de onderzoeken is eenduidig: de kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de leerkracht. Om het niveau van het onderwijs te kunnen verhogen, moet er dus worden geïnvesteerd in de leerkrachten. Zij worden geconfronteerd met een toenemende complexiteit binnen het onderwijs en willen hun vakinhoudelijke kennis en didactische vaardigheden verbeteren. 

Ondanks deze eenduidige conclusies, ligt de nadruk in het beleid niet zozeer op professionalisering, maar meer op toetsing om vast te kunnen stellen of de opbrengsten van voldoende niveau zijn. In het basis- onderwijs moeten kinderen op het moment dat zij de basisschool verlaten voldoen aan referentieniveaus. Ook de pabo’s hebben te maken met eindtermen die in kennisbases beschreven staan en landelijk getoetst gaan worden. 

Op zich is er niets mis met de toetsing van het niveau waarop leerlingen en studenten zich moeten bevinden en het stellen van eisen aan de opbrengst van het onderwijs. Eisen houden je immers scherp en om te weten of er aan wordt voldaan, kun je niet zonder toetsing. Mijn zorg is dat de nadruk teveel ligt op de toetsing. De weg er naar toe – hoe krijg je kinderen en studenten op het gewenste niveau? – krijgt helaas minder aandacht. 

Leerkrachten moeten opbrengstgericht werken en groepsplannen schrijven op basis van de onder- wijsbehoeften van de kinderen. Daar is professio- nalisering voor nodig. Professionaliseren wil niet alleen zeggen dat leerkrachten hun kennis moeten vergroten. Zij moeten de theoretische kennis kunnen koppelen aan wat het kind doet en hoe de leerkracht daar invloed op kan uitoefenen. Hij moet de theorie dus kunnen koppelen aan wat hij in de praktijk ziet. Om dat te kunnen, moet hij (beter) leren kijken naar kinderen en zich bewust zijn van het effect van zijn eigen leerkrachtgedrag. In het project Kijken naar Kinderen is dit een van de belangrijkste uitgangs- punten. Mijn wens voor het komende jaar is dat we niet alleen verder kunnen gaan met deze methodiek, maar dat er vanuit de overheid meer tijd en geld komt voor de professionalisering van de leerkracht, zodat we het kind centraal kunnen blijven stellen. 

In dit digizine schetst Jan Heijmans (voorzitter College van Bestuur KPZ) welke rol Kijken naar Kinderen kan gaan spelen in het curriculum van de pabo. Ook geeft hij aan waarom de KPZ dit project als een van de speerpunten ziet op het gebied van onderwijsinnovatie van de KPZ. Het moet in zijn ogen bijdragen aan de ontwikkeling van het onderwijs van morgen. Cristel van Doorn, reken- docent en begeleider op de Rechterenschool voor Praktijkonderwijs in Meppel en deelneemster aan het scholingstraject van Kijken naar Kinderen, maakt duidelijk hoe zij de methode wil gaan gebruiken bij de begeleiding van docenten in het praktijkon- derwijs, om daarmee het rekenonderwijs op deze opleiding meer vorm te geven. In de beschrijving van haar fotoverslag is te lezen hoe zij met de inzet van materialen een kind succesvol tot leren wist te brengen. Tenslotte staat op de laatste pagina meer informatie over de scholingstrajecten. 

Belinda Terlouw,

Projectleider Kijken naar Kinderen en hogeschooldocent en nascholingsdocent Rekenen- Wiskunde aan de Katholieke Pabo Zwolle. 

 

bron: Nieuwsbrief Kijken naar Kinderen, december 2011, nummer 5
auteur: Belinda Terlouw
« Terug naar het nieuwsoverzicht

Reageer