Volgens Bartjens Ontwikkeling en Onderzoek

Een empirische vergelijking van de klassieke staartdeling en de hap-methode in een ROC

De auteurs onderzochten het effect van het aanleren of herhalen van de staartdeling op 2 verschillende manieren in het mbo. Als uitgangspunt kozen zij de praktijk van het onderwijs, waar voor het aanleren slechts 1 uur beschikbaar is.
O_en_o_logo_geel_zonder_tekst_news_detail

Samenvatting

We rapporteren een interventiestudie waarbij klassen van een mbo-opleiding herhalingslessen staartdelen kregen, met ofwel de klassieke staartdeling, ofwel de hapmethode. Voor
en na de interventie werd de vaardigheid in het delen van getallen gemeten met verschillende maar gelijkende toetsen van elk 17 items. Beide toetsen hadden een interne-
consistentiebetrouwbaarheid van rond .80. Het bleek dat er geen significant verschil was in de gemiddelde vooruitgang van de klas met de staartdeling versus de klassen met de hapmethode. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het verschil van de gemiddelde vooruitgang bij de hapmethode min de gemiddelde vooruitgang bij de klassieke staartdeling, waarbij voormeting en nameting zijn uitgedrukt op een schaal van 1 tot 10, was [-.73, 1.99]. Hierbij was Cohen’s d gelijk aan 0.36 en het 95%-betrouwbaarheidsinterval hiervan was [-0.40, 1.12]. In de onderzochte omstandigheden lijkt er geen groot verschil te zijn tussen hapmethode en klassieke staartdeling wat betreft hun effect op de vooruitgang in rekenvaardigheid van leerlingen. Vermoedelijk is de effectgrootte hoogstens matig. 

 

Summary

We report an intervention study in which groups of a programme in intermediate vocational education received refreshers in two different algorithms for complex division of numbers, namely either the classical long division or the newer chunking method. The proficiency of complex division was assessed before and after the training by two different but similar tests of 17 items each. Both tests had an internal consistency reliability of about .80. There was no significant difference in progress between the group with traditional long division and the group with the chunking method. The 95% confidence interval for this difference was [-.73, 1.99], assuming that the scores on the pretest and posttest were expressed on a scale from 1 to 10. Cohen’s d was 0.36 with 95% CI [-0.40, 1.12]. A major difference between the classical long division and the chunking method was not found within the investigated circumstances. The effect size is presumably at most medium. 

bron: Volgens Bartjens – ontwikkeling en onderzoek, 35(5), 41-56
auteur: Ellis, J.L. & Van de Veerdonk, Th. (2016)
« Terug naar het nieuwsoverzicht

Reageer