Reken-wiskundeonderwijs met oog voor burgerschap – de ontwikkeling van een model
Jeroen van Rumpt, Driestar Hogeschool, Gouda
Willemien Eikelboom, Hogeschool KPZ, Zwolle
Janneke Buikema, NVORWO,
Ronald Keijzer, Radiantlectoraat Rekenen-wiskunde
Michiel Veldhuis, Radiantlectoraat Rekenen-wiskunde & Freudenthal Instituut, Universiteit Utrecht
In dit artikel beschrijven we de ontwikkeling van een model dat de rol van waarden in het reken-wiskundeonderwijs zichtbaar en bespreekbaar maakt. Aanleiding voor het ontwikkelen van dit model is de wens om de doeldomeinen kwalificatie en socialisatie in het reken-wiskundeonderwijs meer in balans te brengen. We laten de cyclische, iteratieve ontwikkeling van dit model zien, waarbij we opeenvolgende modelversies aan verschillende deskundigen - lerarenopleiders, onderzoekers, rekencoördinatoren en leraren - hebben voorgelegd en aangescherpt. Het uiteindelijk ontwikkelde model beschrijft de relaties tussen rekenen-wiskunde, waarden en de wereld. De verbindingen tussen deze drie kernelementen zijn gedefinieerd als gecijferdheid, burgerschap en waardengerichte rekenen-wiskunde. Tijdens de ontwikkeling van het model ervaarden we dat het gebruik ervan verschoof. Naast een beschrijvend model functioneerde het als een gespreksmodel en een denkmodel. Ook werd steeds duidelijker dat de verbinding tussen rekenen-wiskunde en burgerschap veel kansen biedt om de doeldomeinen kwalificatie en socialisatie in balans te brengen. Het model zal gebruikt worden voor toekomstig ontwerponderzoek naar deze verbinding. Daarnaast kan het model door leraren gebruikt worden voor bewustwording van de rol van waarden in het reken-wiskundeonderwijs en het herkennen van kansen om rekenen-wiskunde en burgerschap te verbinden.
Inleiding
De maatschappelijke en politieke context waarin het huidige reken-wiskundeonderwijs zich ontwikkelt is sterk gericht op kwalificatie. Het behalen van prestaties staat centraal, zowel op school- of bestuursniveau als in landelijke politiek waarbij gekeken wordt naar internationale vergelijkingsstudies als TIMSS en PISA (Ministerie van OCW, 2022; OECD, 2023; Von Davier et al., 2024). Tegelijkertijd leggen de nieuwe kerndoelen voor rekenen en wiskunde meer nadruk op de socialiserende functie van het reken-wiskundeonderwijs (SLO, 2026). Bij socialisatie gaat het om het deel worden van de specifieke sociale, culturele en politieke context waarin een leerling opgroeit (Biesta, 2010a). Rekenen-wiskunde staat niet los van de leefwereld van leerlingen: reken-wiskundige kennis en vaardigheden krijgen betekenis in concrete situaties en de interpretatie daarvan. De nieuwe kerndoelen voor rekenen en wiskunde laten zien dat reken-wiskundeonderwijs cruciaal is voor burgerschapsvorming en, meer in het algemeen, voor het participeren in een open democratische samenleving. Waarden spelen daarbij expliciet en impliciet een rol, doordat zij mede bepalen wat als relevant, wenselijk of overtuigend wordt gezien in het werken met wiskundige informatie in deze samenleving.
Het is dus van belang om meer aandacht te geven aan socialisatie binnen reken-wiskundeonderwijs en dit in balans te brengen met kwalificatie. Er is echter een aantal complicerende factoren. Eén hiervan is het beeld dat veel mensen hebben van rekenen-wiskunde. Veel leraren beschouwen rekenen-wiskunde als een waardenvrije ruimte (Clarkson et al., 2019). Zij zien rekenen-wiskunde mogelijk als cultuurvrij: wiskundige ideeën kunnen los van taal en ruimte worden besproken en lijken daarmee cultuurvrij. Rekenen-wiskunde wordt als gevolg hiervan gezien als een neutraal veld, waar overtuigingen, tradities en waarden geen rol spelen. Een andere complicerende factor is dat het huidige reken-wiskundeonderwijs voornamelijk gericht is op vaardigheden, technieken en het behalen van goede toetsresultaten (Bishop et al., 2003; Clarkson et al., 2019). Het reken-wiskundeonderwijs in Nederland is daarbij sterk methodegebonden (Van Zanten, 2020). Dit beperkt de ruimte die leraren ervaren om pedagogisch-didactische keuzes te maken en de mate waarin zij kunnen aansluiten bij de specifieke context van hun leerlingen. Tot slot is een complicerende factor dat rekenen-wiskunde in het dagelijks leven vaak onzichtbaar is en niet altijd direct herkend wordt (Gravemeijer, 2001).
In het onderzoek naar manieren om de socialiserende functie van rekenen-wiskunde een plek in het onderwijs te geven is het van belang om de rol van rekenen-wiskunde in de maatschappij te beschrijven en de verschillende functies die het daarin heeft. Daarbij gaat het niet alleen om het kunnen toepassen van wiskundige vaardigheden in praktische situaties, maar ook om meningsvorming bij maatschappelijke vraagstukken, waarbij zowel wiskundige argumenten als waarden een rol kunnen spelen. Doel van dit onderzoek is om inzichtelijk te maken welke plek deze waarden hebben in het reken-wiskundeonderwijs. In de verkenning van het samenspel tussen rekenen-wiskunde, waarden en de wereld hebben we een model ontwikkeld.
We illustreren ons onderzoek naar de socialiserende functie van rekenen-wiskunde aan de hand van enkele voorbeelden uit de praktijk van een lerarenopleider rekenen-wiskunde. In deze voorbeelden wordt zichtbaar hoe alledaagse onderwijspraktijken aanleiding geven om rekenen-wiskunde en burgerschap bewust met elkaar te verbinden (afbeelding 1). Daarnaast geven deze voorbeelden een illustratie van mogelijke praktische invullingen van het ontwikkelde model zoals we verderop zullen uitwerken.

Achtergrond
Rekenen-wiskunde wordt wel beschouwd als de menselijke activiteit van het mathematiseren van de eigen wereld (Freudenthal, 1991). Mathematiseren houdt in dat men wiskundige instrumenten en inzichten gebruikt en ontwikkelt in interactie met de context, binnen of buiten de wiskunde, waarin men participeert. Het kan daarmee een manier zijn om rekenen-wiskunde te leren zodat het toepasbaar is in het dagelijks leven. Een belangrijk doel van het reken-wiskundeonderwijs is daarom het ontwikkelen van gecijferdheid. Bij gecijferdheid gaat het om het inzetten van (denk-)vaardigheden om met een positieve attitude rekenen-wiskunde te herkennen en gebruiken in de context van de leerling (Hoogland & Groenestijn, 2021).
Aangezien mathematiseren het resultaat is van interactie, kan de resulterende wiskundige constructie voor elke leerling verschillen. Mathematiseren als centrale activiteit in het reken-wiskundeonderwijs is gerelateerd aan het zien van wiskunde als cultureel product. De cultuur van een individu vormt hierbij diens wiskundige leerproces (D’Ambrosio, 2015). In een diverse culturele wereld wordt de specifieke aard van wiskunde voor een leerling impliciet bepaald door (onderwijs)gewoonten en cultuur en kan deze dus per persoon verschillen.
Rekenen-wiskunde vormt ook de culturele wereld waarin zij een plek heeft. Het helpt om goed onderbouwde beoordelingen en beslissingen te maken (OECD, 2023). Het is belangrijk te erkennen dat wiskunde kan bijdragen aan de dynamiek van hedendaagse crises (Skovsmose, 2021; Wolfmeyer et al., 2017). In kritisch reken-wiskundeonderwijs, waarin controversiële kwesties worden besproken, spelen waarden een belangrijke rol (Ödmo et al., 2023). Samen met emoties, overtuigingen en attitudes vormen waarden het affectieve domein van rekenen-wiskunde (Debellis & Goldin, 2006). In bredere zin verbinden waarden binnen het reken-wiskundeonderwijs het vakgebied met sociale, politieke en ecologische vraagstukken.
Het is moeilijk om tot een algemeen geaccepteerde definitie van waarden te komen, onder andere omdat begrippen zoals moraal, idealen, overtuigingen en ethiek elkaar overlappen of als synoniemen worden gebruikt (Clarkson et al., 2019; Murre, 2017). Wanneer waarden breed worden benaderd, blijkt het bovendien lastig om tot een werkbare lijst van waarden te komen. In de Nederlandse context bestaan er bijvoorbeeld lijsten met 1300 verschillende waarden (Murre, 2017). Wij definiëren waarden als onderdeel van iemands normatieve kader. Waarden geven richting aan keuzes die gemaakt worden en laten zien wat iemand belangrijk en goed vindt. Waarden worden gevormd door iemands wereldbeeld of religie en door de sociale en ecologische omgeving. Waardengericht onderwijs benadrukt dat onderwijs geen neutraal, open veld is van mogelijke relaties tussen handelingen en gevolgen, maar een normatieve, doelgerichte activiteit (Biesta, 2010b). Waarden worden zichtbaar in handelingen en keuzes tijdens het onderwijzen, het leren en het beoefenen van wiskunde. Ze hebben daarom een belangrijke plaats in onderzoek naar reken-wiskundeonderwijs (Carr, 2019). Waarden sturen keuzes en spelen een rol in sociale en ecologische vraagstukken, daarom is ruimte voor keuzes in het reken-wiskundeonderwijs, zowel voor leraren als leerlingen, essentieel (Carr, 2019; Clarkson, 2019).
Door het beoefenen van rekenen-wiskunde kunnen waarden ook juist worden ontwikkeld. Voorbeelden hiervan zijn doorzettingsvermogen, een open blik, vertrouwen in redeneren, onafhankelijk denken, empathie, schoonheid en vriendelijkheid (Renert, 2011; Su, 2020). In 1988 introduceerde Alan Bishop drie koppels van complementaire wiskundige waarden (Bishop, 1988). Het eerste koppel betreft de maatschappelijke waarden controle en vooruitgang. Controle biedt zekerheid bij het gebruiken van wiskunde om (sociale) problemen op te lossen, terwijl vooruitgang gericht is op groei en verandering. Het tweede koppel omvat culturele waarden openheid en mysterie. Openheid benadrukt transparantie in argumentatie en het bekritiseren ervan, terwijl mysterie draait om nieuwsgierigheid en verwondering. Het derde koppel bestaat uit de symbolische of ideologische waarden rationalisme en objectisme. Rationalisme verwijst naar argumenteren, logisch denken en deductief redeneren, terwijl objectisme gericht is op representatie en de interactie tussen vorm en object (Gravemeijer, 2005). De waarden rationalisme, controle en openheid worden het meest herkend door leraren, waarbij rationalisme de grootste nadruk krijgt in het reken-wiskundeonderwijs. Hoewel sommige waarden tegenstrijdig lijken, kan rationalisme bijvoorbeeld juist bijdragen aan het verdiepen van het mysterie (Clarkson, 2019).
Naast waarden die verbonden zijn aan rekenen-wiskunde zelf, zijn er waarden die betrekking hebben op het reken-wiskundeonderwijs (Kacerja & Julie, 2023). Deze waarden zijn continua tussen: bekwaamheid en inspanning, welzijn en uitdaging, proces en product, toepassing en berekening, feiten en ideeën, verklaring en verkenning, herinneren en creëren, en ICT en pen-en-papier (Kacerja & Julie, 2023).
Een waardengerichte aanpak biedt kansen om binnen het reken-wiskundeonderwijs een betere balans te realiseren tussen de domeinen kwalificatie en socialisatie (Biesta, 2010a; Onderwijsraad, 2016). Wanneer deze balans wordt gerealiseerd, zijn leerlingen beter voorbereid om rekenen-wiskunde functioneel te gebruiken in onze hedendaagse samenleving. Leraren brengen waarden in hun reken-wiskundeonderwijs over, vaak onbewust en zonder kritische reflectie (Bishop, 1988).
Onderzoeksvraag
Om beter te begrijpen hoe reken-wiskundeonderwijs kan bijdragen aan socialisatie is het essentieel om de wisselwerking tussen rekenen-wiskunde en waarden te verkennen. Daarbij is het nodig om het vak breder te benaderen dan alleen vanuit een kwalificerende invalshoek en expliciet de verbinding te zoeken met de wereld waarin leerlingen opgroeien. Dit vraagt om een specifieke manier van kijken naar het vak. In het reken-wiskundeonderwijs worden waarden, zowel bewust als onbewust, verweven in de manier waarop het vak wordt onderwezen en geleerd.
Een dergelijke benadering vraagt om een model van rekenen-wiskunde dat de rol van waarden inzichtelijk maakt. Het gebruik van zo’n model biedt onderzoekers inzicht in en structuur aan de centrale begrippen in het onderzoeksveld, zodat verder onderzoek plaats kan vinden en reken-wiskundeactiviteiten ontwikkeld kunnen worden die gericht zijn op socialisatie. Daarnaast kan het model door leraren gebruikt worden voor bewustwording van de rol van waarden in het reken-wiskundeonderwijs en om kansen te herkennen om rekenen-wiskunde in te zetten voor burgerschap.
De centrale vraag die in dit onderzoek wordt beantwoord, luidt: Hoe kan de socialiserende functie van reken-wiskundeonderwijs zo worden gemodelleerd, dat de rol van waarden inzichtelijk wordt?
Werkwijze
De ontwikkeling van het model voor de socialiserende functie van reken-wiskundeonderwijs met aandacht voor waarden volgde een cyclische, iteratieve aanpak (afbeelding 2). In opeenvolgende rondes werd een modelversie op basis van literatuur opgesteld en voorgelegd aan verschillende groepen deskundigen (onder meer reken-wiskunde experts, lerarenopleiders, rekencoördinatoren en leraren).

In elke ronde stond één vraag centraal: helpt deze versie om zichtbaar te maken wat reken-wiskundeonderwijs met aandacht voor de socialiserende functie kan betekenen en biedt het houvast om daarover met (aanstaande) leraren en experts over in gesprek te gaan? Feedback is per ronde vastgelegd en vervolgens gebruikt om kernbegrippen, labels en onderlinge relaties aan te scherpen.
De rondes bestonden uit een combinatie van interne afstemming en externe toetsing. Zo is het model besproken in overleggen met het Radiantlectoraat Rekenen-wiskunde en in gesprekken met deskundigen op het gebied van rekenen-wiskunde. Daarnaast is het model voorgelegd aan rekencoördinatoren tijdens de Nationale Rekencoördinatordag en de NVORWO-dag, waarbij verkend is hoe waarden binnen rekenen-wiskunde zich verhouden tot rekenen-wiskunde in de wereld en welke plek het model kan innemen in de vraag waartoe reken-wiskunde onderwijs in het primair onderwijs dient. Het model is tevens besproken tijdens onder meer de Panamaconferentie en het Velon-congres, waar vanuit een breder perspectief is verkend of het model bruikbaar is als hulpmiddel voor reflectie en voor het expliciteren van keuzes in onderwijs. Ook in internationale uitwisseling is het model besproken, onder andere tijdens de EAPRIL-conferentie (Van Rumpt et al, 2025).
Een overzicht van de belangrijkste activiteiten en de daarbij gebruikte modelversies is opgenomen in afbeelding 3. Op die manier is zichtbaar hoe het model zich stap voor stap heeft ontwikkeld en op welke momenten en bij welke doelgroepen de modelversies zijn besproken. Deze cyclische werkwijze sluit aan bij eerdere ontwerpgerichte trajecten in het reken-wiskundeonderwijs, zoals de ontwikkeling van de NVORWO-onderzoeksagenda (Keijzer & Veldhuis, 2020).
In het vervolg wordt onderscheid gemaakt tussen drie modelversies: V1 lineair conceptmodel, V2 Venn-diagram gecombineerd met didactische driehoek en V3 het uiteindelijke model met drie kernelementen.

Onderzoeksproces
Op basis van een eerste verkenning van de literatuur hebben we een eerste model (V1) ontwikkeld om grip te krijgen op het onderzoeksveld van de socialiserende functie van reken-wiskundeonderwijs en de plaats van waarden daarin (afbeelding 4). Dit eerste model was lineair opgezet: het ordende de gevonden aspecten en maakte het mogelijk om het onderzoeksveld af te bakenen en gerichte feedback op te halen. Bij het analyseren van de literatuur rond de socialiserende functie van rekenen-wiskunde hebben we in eerste instantie vooral gekeken naar de achtergrond van aspecten die invloed hebben op deze functie. Zo bleek de rol van waarden in het reken-wiskundeonderwijs in een bredere context te staan, namelijk die van waardengericht onderwijs. En het waardengericht onderwijs bleek weer een gevolg te zijn van het zien van het onderwijs als een normatieve onderwijspraktijk.

Met deskundigen op het gebied van rekenen-wiskunde, die als critical friends meedachten, bespraken we het lineaire karakter en de afbakening van de afzonderlijke elementen. In deze gesprekken verschoof de functie van het model: van een hulpmiddel om grip te krijgen op het onderzoeksveld naar een beschrijvend model om te verduidelijken wat reken-wiskundeonderwijs met aandacht voor de socialiserende functie inhoudt. Dit betekende dat het model minder bedoeld was om stappen of onderdelen af te lopen en juist meer om zichtbaar te maken hoe rekenen-wiskunde, waarden en de wereld zich in concrete onderwijspraktijken tot elkaar verhouden. De feedback liet bovendien zien dat de relaties tussen de elementen centraal moeten staan in plaats van de volgorde.
De feedback is gebruikt om het model te herontwerpen. Dit resulteerde in V2: een Venn-diagram gecombineerd met de didactische driehoek (afbeelding 5). In deze versie hebben we de relaties tussen de kernonderdelen gedefinieerd en expliciet een verbinding gelegd met leerling, leraar en leerstof.

Model V2 is besproken met diverse experts, in bijeenkomsten van het Radiantlectoraat Rekenen-wiskunde, met lerarenopleiders en met (aanstaande) leraren, en is gebruikt in gesprekken binnen leernetwerken van rekencoördinatoren. Daarbij kwamen twee punten naar voren.
Ten eerste bleek V2 te complex: door twee modellen te combineren werd het moeilijk te bepalen welke verbindingen logisch waren. Daardoor bood V2 te weinig houvast voor ontwerponderzoek. Tegelijkertijd werd zichtbaar dat het onderzoeksveld juist complexer is dan één model kan vatten. Waarden zijn bijvoorbeeld op verschillende niveaus zichtbaar, zowel in het onderwijs als in de maatschappij: persoonlijke waarden, waarden van de school en waarden in de maatschappij kunnen van elkaar verschillen.
Ten tweede bleek het Venn-diagram in het model
Deze twee inzichten leidden tot een herdefiniëring van de kernonderdelen en de relaties daartussen. In de derde versie (V3) combineren we het Venn-diagram en de didactische driehoek niet langer. Het resulterende model (afbeelding 6) hebben we vervolgens voorgelegd aan de adviesgroep en besproken tijdens de EAPRIL-conferentie. In deze gesprekken is bevestigd en verduidelijkt hoe het model in verschillende contexten gebruikt kan worden. Het model fungeert enerzijds als gespreksmodel voor professionele dialoog en reflectie, anderzijds als denkmodel voor vervolgonderzoek en onderwijsontwerp: het helpt om expliciet te maken welke verbindingen in een les of ontwerp worden beoogd en welke waarden daarbij in het spel zijn.
Het model

Het model bestaat uit drie hoofdcomponenten (in cirkels): rekenen-wiskunde, waarden en de wereld. Samen vormen deze elementen een kader om de socialiserende functie van wiskundeonderwijs beter te begrijpen. Elke component benadrukt een essentieel aspect van de rol van wiskunde in het onderwijs.
- Rekenen-wiskundeicht zich op logica, abstractie en probleemoplossend vermogen. Hoewel wiskunde vaak als neutraal wordt beschouwd, wordt het vak gevormd door menselijke keuzes, zoals welke onderwerpen worden opgenomen in de dagelijkse les en hoe deze worden toegepast. Wiskunde omvat niet alleen het begrijpen en toepassen van wiskundige concepten, maar ook het ontwikkelen van bredere vaardigheden zoals doorzettingsvermogen en kritisch denken.
- Waarden zijn de overtuigingen en principes die gedrag en besluitvorming sturen. In het onderwijs beïnvloeden waarden zoals eerlijkheid, samenwerking en doorzettingsvermogen de didactiek en ondersteunen ze de persoonlijke en sociale ontwikkeling van leerlingen.
- De wereld vertegenwoordigt de sociale, culturele en ecologische contexten waarin leerlingen leven. Wiskunde biedt tools om complexe mondiale vraagstukken te analyseren en te begrijpen, zoals klimaatverandering, ongelijkheid en rechtvaardigheid. Hierdoor kunnen leerlingen betekenisvol omgaan met deze uitdagingen.
Verbindingen tussen de componenten
De overlappen tussen rekenen-wiskunde, waarden en de wereld maken drie verbindingen zichtbaar. Hieronder wordt elke verbinding toegelicht en gaan we in op de overlap tussen de drie componenten in de kern van het model. Elke verbinding wordt geïllustreerd met een voorbeeld (afbeelding 7-9).
Rekenen-wiskunde en de wereld: gecijferdheid
De overlap tussen wiskunde en de wereld maakt zichtbaar hoe wiskunde kan worden ingezet om de werkelijkheid te begrijpen en er betekenis aan te geven. Dit wordt in de literatuur omschreven als gecijferdheid: het vermogen om wiskunde te herkennen en toe te toepassen in reële contexten. De meeste definities van gecijferdheid bevatten aspecten van kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten die nodig zijn om de wiskunde in de wereld te herkennen en te gebruiken (Ginsburg et al., 2006; OECD, 2023). Door de overlap met waarden daar nog aan toe te voegen (kern van het model) kunnen leerlingen rekenen-wiskunde gebruiken in hun dagelijks leven om keuzes te maken die in lijn zijn met hun levensovertuiging. Zo kunnen statistische methoden worden gebruikt om klimaatverandering te analyseren of kunnen wiskundige modellen inzicht bieden in economische ongelijkheid. Dergelijke toepassingen geven leerlingen handvatten om hedendaagse sociale en ecologische uitdagingen te interpreteren en aan te pakken. In afbeelding 7 wordt concreet gemaakt hoe bij een opgave die zich bevindt in de overlap tussen wiskunde en de wereld, ook waarden een plek kunnen krijgen.

Rekenen-wiskunde en waarden: waardengerichte rekenen-wiskunde
Deze overlap maakt zichtbaar dat bij het beoefenen van rekenen-wiskunde specifieke waarden ontwikkeld kunnen worden. Hierbij gaat het over de eerder genoemde drie koppels van complementaire wiskundige waarden, maar ook over bijvoorbeeld doorzettingsvermogen, creativiteit en geduld. Daarnaast spelen waarden een rol bij bijvoorbeeld wiskundig modelleren, het duiden van data en wiskundig redeneren. Door de overlap met de wereld daar nog aan toe te voegen (kern van het model), kunnen ontwikkelde waarden worden toegepast in de samenleving. Daarnaast kan de wereld worden gebruikt om waardengerichte rekenen-wiskunde betekenisvoller te maken voor leerlingen. Rekenen-wiskunde inspireert ook verwondering, van het verkennen van symmetrie in de natuur tot het ontdekken van patronen in kunst en muziek. Deze verbindingen laten zien hoe rekenen-wiskunde persoonlijke groei en maatschappelijke betrokkenheid ondersteunt. In afbeelding 8 wordt concreet gemaakt hoe bij een opgave die zich bevindt in de overlap tussen rekenen-wiskunde en waarden, ook de wereld een plek kan krijgen.
_w880.jpg)
Waarden en de wereld: burgerschap
Deze overlap, aangeduid als burgerschap, draait om waarden zoals eerlijkheid, duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid. Het bespreken van ethische vragen, zoals hoe hulpbronnen worden verdeeld of hoe duurzaamheid wordt gedefinieerd, stimuleert leerlingen om kritisch na te denken en te reflecteren op hun rol in de samenleving. Door de overlap met wiskunde daar nog aan toe te voegen (kern van het model) , kunnen leerlingen hun meningen vormen en onderbouwen. In afbeelding 9 wordt concreet gemaakt hoe bij een opgave die zich bevindt in de overlap tussen waarden en de wereld, ook wiskunde een plek kan krijgen.

Het model in de praktijk
Het model is een beschrijvend model dat inzichtelijk maakt wat reken-wiskundeonderwijs met aandacht voor de socialiserende functie in verschillende onderwijspraktijken kan betekenen. Daarnaast kan het zowel als gespreksmodel als denkmodel dienen. Als gespreksmodel biedt het een structuur voor reflectie en dialoog: welke elementen (rekenen-wiskunde, waarden, wereld) zijn in een les of leeractiviteit aanwezig en welke verbindingen kunnen worden versterkt? Als denkmodel helpt het om onderwijsontwerp en ontwerponderzoek te kaderen: het ondersteunt het expliciteren van keuzes, aannames en beoogde effecten, zonder een ‘recept’ of vakdidactiek voor te schrijven.
Het model heeft een dynamisch karakter, omdat de mate van overlap tussen rekenen-wiskunde, de waarden en de wereld per context kan verschillen. In sommige activiteiten staat bijvoorbeeld vooral gecijferdheid centraal, terwijl in andere de nadruk ligt op het expliciteren van waarden of op het onderbouwen van burgerschapsvragen met kwantitatieve informatie. Het model nodigt leraren uit om die balans bewust te maken en te verantwoorden.
Vervolg
Het model in afbeelding 6 is het resultaat van de stappen die zijn gezet om de socialiserende functie van reken-wiskundeonderwijs en de rol van waarden daarbij inzichtelijk te maken. Het weerspiegelt hoe rekenen-wiskunde, waarden en de wereld met elkaar samenhangen en welke kansen burgerschap biedt om de socialiserende functie van het reken-wiskundeonderwijs vorm te geven. Met dit model kunnen stappen worden gezet om dit in onderwijspraktijken uit te werken.
In toekomstig ontwerponderzoek naar de verbinding tussen burgerschap en rekenen-wiskunde wordt het model ingezet als ontwerpkader. In dit ontwerponderzoek wordt samengewerkt met partners uit het basis- en hoger onderwijs om zicht te krijgen op de ondersteuning die leraren nodig hebben om rekenen-wiskunde en burgerschap te verbinden. Ook wordt onderzocht hoe bij leerlingen de ontwikkeling van rekenen-wiskunde en van burgerschap elkaar onderling kunnen versterken. Een eerste stap is het gebruiken van het model om te beschrijven welke waarden beoogd worden bijvoorbeeld in kerndoelen, schoolvisie of lesdoelen en welke waarden in de praktijk daadwerkelijk gebruikt en zichtbaar worden in opgaven, interacties en beoordelingspraktijken. Met het gespreksmodel ontstaat zo zicht op stimulerende en belemmerende factoren bij het verbinden van waarden en reken-wiskundeonderwijs. Deze inzichten vormen het uitgangspunt voor vervolgstappen in ontwerponderzoek.
Ons model voor de socialiserende functie van het reken-wiskundeonderwijs benadrukt de rol van waarden in het leren en onderwijzen van rekenen-wiskunde. Het moedigt leraren aan om rekenen-wiskunde niet alleen te zien als een verzameling van vaardigheden, maar als een middel om leerlingen te verbinden met hun wereld. Deze geïntegreerde aanpak kan leerlingen helpen om maatschappelijke vraagstukken met kwantitatieve informatie te analyseren, keuzes te verantwoorden en actief te participeren in de maatschappij.
In this article, we describe the development of a model that represents the role of values in mathematics education. Our motive for developing this model arose from the desire to achieve a better balance among the purposes of education – qualification and socialization - within mathematics education. We present the cyclic, iterative development of this model, beginning as a purely theoretical framework which, through consultation with various experts - teacher educators, researchers, mathematics specialists, teachers - was progressively refined. The final model focuses on the relationships between mathematics, values, and the world. The connections between these three core elements are defined as numeracy, citizenship, and value-based mathematics. During the developmental process, we experienced a shift in the model’s use. Besides a descriptive model, it functioned as a conversation model and a conceptual model. It also became increasingly evident that the connection between mathematics and citizenship offers significant opportunities to find a better balance between the purposes of qualification and socialization. The model will be used in future design-based research on this connection. In addition, teachers may use the model to foster awareness of the important role of values in mathematics education and to identify opportunities for linking mathematics and citizenship.
Literatuur
Biesta, G. (2010a). Good education in an age of measurement: ethics, politics, democracy. Paradigm Publishers. https://doi.org/10.1007/s11092-008-9064-9
Biesta, G. (2010b). Why 'what works' still won't work: from evidence-based education to value-based education. Studies in Philosophy and Education, 29(5), 491-503. https://doi.org/10.1007/s11217-010-9191-x
Bishop, A. J. (1988). Mathematical enculturation: A cultural perspective on mathematics education. Kluwer Academic Publishers.
Bishop, A. J., Seah, W. T., & Chin, C. (2003). Values in mathematics teaching: the hidden persuaders? In A. J. Bishop, K. Clements, C. Keitel, J. Kilpatrick, & F. Leong, International handbook of mathematics education (2 ed., pp. 715-763). Kluwer Academic Publishers. https://doi.org/10.1007/978-94-010-0273-8_24
Carr, M. E. (2019). Student and/or teacher valuing in mathematics classrooms: where are we now, and where should we go? In P. Clarkson, W. T. Seah, & J. Pang (Eds.), Values and valuing in mtahematics education (pp. 25-52). Springer. https://doi.org/10.1007/978-3-030-16892-6_3
Clarkson, P. (2019). A conversation with Alan Bishop. In P. Clarkson, W. T. Seah, & J. Pang, Values and valuing in mathematics education (pp. 11-23). Springer. https://doi.org/10.1007/978-3-030-16892-6_2
Clarkson, P., Seah, W. T., & Pang, J. (Eds.). (2019). Values and valuing in mathematics education, scanning and scoping the territory. Springer Open. https://doi.org/10.1007/978-3-030-16892-6_1
D’Ambrosio, U. (2015). Mathematical modelling as a strategy for building-up systems of knowledge in different cultural environments. In G. A. Stillman, W. Blum, & M. S. Biembengut (Eds.), Mathematical Modelling in Education Research and Practice. Cultural, Social and Cognitive Influences (pp. 35-44). Springer. https://doi.org/10.1007/978-3-319-18272-8_2
Debellis, V. A., & Goldin, G. (2006). Affect and meta-affect in mathematical problem solving: a representational perspective. Educational Studies in Mathematics, 63(2), 131-147. https://doi.org/10.1007/s10649-006-9026-4
Freudenthal, H. (1991). Revisiting Mathematics Education. China Lectures. Kluwer Academic Publishers. https://doi.org/10.1007/0-306-47202-3
Ginsburg, L., Manly, M., & Schmitt, M. J. (2006). The Components of Numeracy. NCSALL.
Gravemeijer, K. (2001). Reken-wiskundeonderwijs voor de 21e eeuw. Universiteit Utrecht.
Gravemeijer, K. (2005). Revisiting 'Mathematics education revisited'. In H. Ter Heege, T. Goris, R. Keijzer, & L. Wesker (Eds.), Freudenthal 100 (pp. 106-113). Freudenthal Instituut.
Kacerja, S., & Julie, C. (2023). Values in preservice mathematics teachers' discussions of the Body Mass Index - a critical perspective. The Journal of Mathematical Behavior, 70, 101035. https://doi.org/10.1016/j.jmathb.2023.101035
Keijzer, R. (2025). Dit vak gaat niet over sommen maken: Over onderzoek in, aan en rondom de lerarenopleiding basisonderwijs. Hogeschool IPABO. https://www.ipabo.nl/app/uploads/2025/11/IPABO_boekje-_afscheidsrede_Ronald-Keijzer.pdf
Keijzer, R., & Veldhuis, M. (2020). Op weg naar NVORWO onderzoeksagenda. Volgens Bartjens - ontwikkeling en onderzoek, 40(2), 53-62. https://www.volgens-bartjens.nl/art/50-6177_Op-weg-naar-NVORWO-onderzoeksagenda
Ministerie van onderwijs. (2022, mei 12). Kamerbrief Masterplan Basisvaardigheden. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/05/12/kamerbrief-masterplan-basisvaardigheden
Murre, P. M. (2017). Headteacher values in five Dutch Reformed secondary schools: comparing perspectives of heads, staff and pupils. The University of Leeds.
Ödmo, M., Boistrup, L. B., & Chronaki, A. (2023). A teacher education statistics course encounters climate change and critical mathematics education: Thinking about controversies. In R. Marcone, P. Linardi, R. Milani, J. P. De Paulo, A. M. Queiroz, & M. T. da Silva (Eds.), Proceedings of the 12th international conference of mathematics education and society (pp. 1307-1321). MES.
OECD. (2023). PISA 2022 Technical Report.
Onderwijsraad. (2016). De volle breedte van onderwijskwaliteit. https://www.onderwijsraad.nl/documenten/2016/05/10/de-volle-breedte-van-onderwijskwaliteit
Renert, M. (2011). Mathematics for life: sustainable mathematics education. For the Learning of Mathematics, 31(1), 20-26. https://www.jstor.org/stable/41319547
Skovsmose, O. (2021). Mathematics and crises. Educational Studies in Mathematics, 108, 369–383. https://doi.org/10.1007/s10649-021-10037-0
SLO. (2026). Kerndoelen primair onderwijs. SLO. https://www.slo.nl/@25212/kerndoelen-primair-onderwijs/
Su, F. (2020). Mathematics for human flourishing. Yale University Press.
Van Rumpt, J., Buikema, J., Eikelboom, W., Veldhuis, M., & Keijzer, R. (2025). Value-based mathematics education for socialization. EAPRIL 2024 Conference Proceedings.
Van Zanten, M. A. (2020). Opportunities to learn offered by primary school mathematics textbooks in the Netherlands. Freudenthal Institute, Faculty of Science, Utrecht University.
Von Davier, M., Kennedy, A., Reynolds, K., Fishbein, B., Khorramdel, L., Aldrich, C., Bookbinder, A., Bezirhan, U., & Yin, L. (2024). TIMSS 2023 International Results in Mathematics and Science. Boston College, TIMSS & PIRLS International Study Center. https://doi.org/10.6017/lse.tpisc.timss.rs6460
Wolfmeyer, M., Lupinacci, J., & Chesky, N. (2017). EcoJustice mathematics education: An ecocritical (re)consideration for 21st century curricular challenges. Journal of Curriculum Theorizing, 32(2), 53-71. https://doi.org/10.63997/jct.v32i2.626